De voorzitter op vrijdag: "Ons land zet zichzelf internationaal te kijk"

Elke eerste vrijdag van de maand schrijft onze voorzitter de actualiteit van zich af. In zijn eerste brief aan u heeft hij het - hoe kan het ook anders - over de zaak Chovanec. En hij is niet mals.


Afgelopen dinsdag, op de eerste dag van het gerechtelijk jaar 2020-2021, startte uw nieuw OVB-bestuur. De bestuursploeg wachtte niet tot die officiële startdatum om al aan het werk te gaan. Eind deze maand buigt de algemene vergadering zich over het ontwerp van ons beleidsplan. Het denkwerk draait dus op volle kracht. U verneemt daar te zijner tijd meer over. Maar een bestuurswissel of niet, de ontwikkelingen in de actualiteit laten mij niet los.

Deze week staat in het teken van de zaak Chovanec. En de beroering is groot. In die zaak, zoals in alle andere lopende zaken, bewaar ik een strikte neutraliteit. Maar dat neemt niet weg dat ik als advocaat en als mens enkele bedenkingen met u wil delen.

Als we de media mogen geloven neemt de heer Jozef Chovanec, een Slovaaks staatsburger van 38 jaar oud, echtgenoot en vader van een dochtertje, zich voor om een vlucht te nemen vanuit Charleroi. In plaats daarvan vindt hij de dood, na opgesloten te zijn in een politiecel. De door de familie uitgebrachte, uitermate schokkende beelden van wat zich afspeelt in de cel tweeënhalf jaar geleden, veroorzaken een omwenteling in een onderzoek waarvan nog zal moeten blijken of het die naam wel waard is. Ik moet mij niet uitspreken over de vraag wie daarvoor juridisch of politiek verantwoordelijk is. Daar zorgen anderen hopelijk voor.

"Meer begrip voor het ontzaglijke leed van de familie, zou niet misstaan."

Wat volgens de media gebeurd is, dit verlies in deze omstandigheden, is voor de weduwe, mevrouw Chovancova, haar dochtertje en haar familie een afschuwelijk drama. Dat zij revolteert verbaast geenszins. Wat meer begrip voor het ontzaglijke leed dat hen treft, zou niet misstaan in de spiraal aan persartikels en verklaringen van wie ons uitlegt dat zij het zeker niet geweten, noch gedaan hebben.

Dat er pogingen zouden geweest zijn om het onderzoek de mist te laten ingaan, is een ondraaglijke gedachte. Dat er tweeënhalf jaar na datum nog steeds geen antwoord is op de aansprakelijkheidsvraag, is niet veel beter. En dat er, gezien het lamentabele decorum dat de feiten opluisterde – de groet aan een historische figuur wiens naam ik hier weiger te noemen – waarin een genderneutrale vorm van platvloers haantjesgedrag een triest dieptepunt bereikt, maar er toch niet krachtdadig lijkt te zijn opgetreden, stemt tot moedeloosheid.

Ons land zet zichzelf internationaal te kijk. Niet voor de eerste keer, helaas, zoals u weet. Het is een beschamend schouwspel, dat tot overmaat van ramp in de pers geëtaleerd en uitgevochten wordt alsof de instellingen van de rechterlijke macht buitenspel staan.

"Het zou verbazingwekkend zijn dat er geen moedwil of onwil speelt."

Als blijkt dat er geen moedwil of onwil speelt in deze zaak – het échte onderzoek zal het uitwijzen – en er wél sprake was van inzet, ijver, plichtsbewustheid, professionalisme en rechtschapenheid, zou dat toch verbazingwekkend zijn.

Veeleer hebben we dan te maken met dezelfde lethargische, fatalistisch geworden cultuur – of beter cultuurloosheid – die leidt tot het verval van onze gerechtsgebouwen, de onderbemanning in veel geledingen van de rechterlijke macht, de ondermaatse uitrusting, de vaststellingstermijnen voor pleidooien op zes tot tien jaar en de strafonderzoeken die eeuwen lijken te duren om dan met een sisser af te lopen. U kan zonder twijfel de lijst aanvullen.

En, ik voeg het er maar aan toe, ik ontdoe mij niet van de indruk dat wij nu de rekening gepresenteerd krijgen van zelfgenoegzaamheid, aangevuurd door een gebrek aan vorming, inlevingsvermogen en hoffelijkheid. Niet alleen tegenover buitenlanders. We zien een gebrek aan beroepseer en dienstbaarheid tegenover zowel het individu als de gemeenschap. Waarden die niet in de Grondwet staan, maar niettemin de rechtsstaat schragen. Er is werk aan de winkel.

Met genegen groeten,

Peter Callens
Voorzitter Orde van Vlaamse Balies