De voorzitter op vrijdag: "Ook twintig punten permanente vorming voor politici?"

Om de twee weken schrijft onze voorzitter op vrijdag de actualiteit van zich af. "Een dosis permanente opleiding in rechtsstaatkunde blijft een dikke aanrader", zo schrijft hij in zijn nieuwe brief aan u.

Samen met mijn medebestuurders zal ik mijn stem verheffen om de principes van de rechtsstaat in herinnering te brengen, dat kondigden we al eerder aan. Het was niet mijn bedoeling om het er vandaag nog maar eens over te hebben. Alleen haalde de actualiteit van de afgelopen veertien dagen mijn overige goede bedoelingen in.

U zag ze misschien ook, de schokkende beelden van een geparkeerde politieauto in de buurt van Los Angeles. Een gewapende man rent erop af, vuurt enkele schoten af, kennelijk gericht op de inzittenden, en zet het op een lopen. Twee agenten raken ernstig gewond. President Trump, van wie velen vinden dat verhoogde zin voor nuance niet behoort tot zijn kernkenmerken, tweet prompt, in originele versie:“If you murder a police officer, you should receive the death penalty!

"He’s not a human being"

In een verkiezingstoespraak die hij over het incident houdt in Las Vegas noemt de president de dader zeven keer “an animal” met de bijkomende toelichting, voor wie het nog steeds niet begrepen heeft: “he’s not a human being”. Niet dat de hooggeplaatste spreker de dader of diens mogelijke beweegredenen kende, maar in zo’n toespraak is dat bijzaak.

Iran, nochtans geen goede vriend van de geciteerde spreker, kan zich in die oproep inhoudelijk bijzonder goed vinden. Les extrêmes se touchent, nietwaar. Het land executeerde enkele dagen geleden de 27-jarige worstelaar Nafid Akfari omdat hij schuldig bevonden was aan het doodsteken van een veiligheidsagent tijdens een overigens vredige betoging – tegen het regime weliswaar, dat detail had zijn belang.

Volgens Westerse bronnen werd de heer Afkari onder foltering tot bekentenissen gedwongen en was het proces doorgestoken kaart. President Trump tweette, met meer humanitas dan bij de hierboven geciteerde tweet, maar dat kostte hem, gezien de context, allicht minder moeite: “To the leaders of Iran, I would greatly appreciate if you would spare this young man’s life, and not execute him. Thank you!

De media rapporteerden dat Irans buurland Turkije op 11 september 2020 55 advocaten arresteerde, onder wie zeven stagiairs, op verdenking van sympathieën met Fethullah Gülen. Volgens de machthebbers in Ankara is hij de bedenker van de mislukte staatsgreep van juli 2016. Volgens de beschikbare informatie verwijt men onze confraters niets anders dan dat zij hun beroep uitoefenden, maar dan voor personen uit de invloedssfeer van Gülen, en dat lijkt in dat land niet te mogen. Turkije is daarmee trouwens niet aan zijn proefstuk.

Persuasion, het platform van Harvard-professor Yascha Mounk, de auteur van het lezenswaardige The People Vs. Democracy: Why Our Freedom Is in Danger and How to Save It (2018), rapporteerde over de recente ontwikkelingen in Hong Kong. Zoals u weet heeft de Chinese overheid met een brede zwaai die stadstaat met eigen juridisch statuut onder haar vleugels genomen. Ik benoem het even met een eufemisme.

Toen in 1997 de voormalige Britse kroonkolonie aansloot bij China, was de afspraak dat Hong Kong en China zouden werken onder het motto ‘één land, twee rechtsstelsels’. Dat heeft, minder dan een kwarteeuw later, een originele invulling gekregen met de afkondiging, op 30 juni 2020, niet door Hong Kong, maar door de Volksrepubliek, van een wet voor het behoud van de nationale veiligheid in de administratieve regio Hong Kong.

Die wet bevat een breed scala aan maatregelen die, zo wordt voorgehouden, nodig zijn voor het bewaren van de openbare veiligheid. Artikel 43 bevat er zo enkele. De politie krijgt de bevoegdheid om huiszoekingen te verrichten of elektronische toestellen te doorzoeken als die het bewijs kunnen opleveren van wat volgens die wet een misdrijf vormt. Wie mag oordelen over de vraag of de politie dat bewijs op die manier kan vinden, preciseert de wet niet; allicht is het de politie zelf. De politie mag ook vastgoed in beslag nemen en zelfs verbeurd laten verklaren (jawel) als de inbreukpleger het gebruikte of gewoon de bedoeling had het te gebruiken voor het plegen van het misdrijf. Dat zijn maar een paar voorbeelden.

De misdrijven die de wet met die doortastende maatregelen wil beteugelen, zijn ook opmerkelijk. Artikel 29, 5° bestempelt als zo’n misdrijf: het krijgen van assistentie uit het buitenland om “met onwettige middelen onder de burgers van Hong Kong haat te zaaien tegen de Centrale Volksregering [van de Volksrepubliek China] of van de Regionale Regering, als die haat waarschijnlijk kan leiden tot ernstige gevolgen”.

Voor wie de bekoring zou voelen om zich te bezondigen aan dergelijke verboden haatzaaierij, bepaalt artikel 38 en passant dat de wet toepassing vindt op inbreuken die buiten Hong Kong gepleegd worden door personen die er geen permanente inwoners van zijn.

Nog vóór de invoering van die tentaculaire wet met extraterritoriale werking hield de Chinese Universiteit van Hong Kong in oktober 2019 een enquête over de intenties van de bevolking voor emigratie. Daar waar Hong Kong steevast een immigratieland was, een veilige haven voor mensen die op de vlucht sloegen voor repressie in China of andere delen van Azië, antwoordt nu méér dan 40% van de ondervraagden dat, als zij zouden kunnen, zij uit Hong Kong zouden emigreren. Zou het kunnen dat het teloorgaan van de rechtsstaat de determinerende factor is in die omwenteling?

"Een dosis permanente opleiding in rechtsstaatkunde blijft een dikke aanrader"

Ondanks alles wat ook hier bij ons ontspoort, leven wij in vergelijking met het bovenstaande in een relatief land van melk en honing. Toch moeten wij niet in slaap vallen, een dosis permanente opleiding in rechtsstaatkunde blijft een dikke aanrader.

Zo herinnert u zich dat één minister zich vorige week liet ontvallen, ik parafraseer, dat hij vond dat in de democratische rechtsstaat de volgorde van die woorden niet willekeurig gekozen was: democratie kwam namelijk eerst. De kritiek op die uitspraak liet niet op zich wachten, u hebt het kunnen lezen in de media.

Een andere minister reageerde, begin september, op de beslissing van een paar verenigingen om voor het Grondwettelijk Hof de vernietiging na te streven van de wet van 14 november 2019 “…tot afschaffing van de verjaring van ernstige seksuele misdrijven op minderjarigen”. Daar luidde de commentaar van de minister, ik citeer letterlijk: “De wet hoort aan de kant van de slachtoffers te staan. Niet aan die van de daders. Daar is niks emotioneel aan. Dat gaat over recht.” Pardon? Aan de kant van de daders of, sterker nog, van de verdachte van een misdrijf, is er geen recht?

Bij dat soort uitlatingen durf ik voorstellen dat politici, naar het voorbeeld van een andere, illustere beroepsgroep, elk jaar verplicht twintig punten permanente vorming halen in de vakken beginselen van het recht, rechtsbescherming en rechtsstaat. De OVB kan zo’n lessenreeks ongetwijfeld inplannen als toemaatje op het programma van de stageschool.

Met genegen groeten,

Peter Callens
Voorzitter Orde van Vlaamse Balies