“De tekortkomingen van de rechtstaat aanwijzen behoort tot de opdracht van de advocatuur"

Onze voorzitter zet zijn schouders onder de actiedag die vandaag doorgaat en die onze rechtstaat moet beschermen. De groep heeft zes eisen en belicht die vanmiddag om 15 uur in een online video-evenement. De toevallige passant zal alle deelnemers geprojecteerd zien aan het Poelaertplein in Brussel. De rechtstaat is immers nooit af en moet blijvend beschermd worden.


“Ik geloof in de rechtstaat!” Dat is, sinds enkele jaren, de slagzin van de jaarlijkse actiedag die doorgaat op 20 maart. In 2021 is die dag een zaterdag, dus wordt de actie vervroegd naar vandaag. Het motto doet denken aan een passage uit de catechismus, maar dat is omdat het een wat melig klinkende vertaling is uit het Frans. Dank zij de alliteratie klinkt zij in de taal van Rousseau – ik bedoel Jean-Jacques, niet Conner – geslaagder en slagvaardiger: “L’État de droit, j’y crois!”

Het initiatief ging dan ook aanvankelijk uit van Franstalige magistraten. Zij legden vooral de nadruk op achterwege blijvende benoemingen van magistraten in weerwil van het wettelijk kader, en stelden de belabberde toestand van gerechtsgebouwen en digitalisering aan de kaak.

De actiedag heeft inmiddels een bredere invulling gekregen en de Orde van Vlaamse Balies blijft niet achter.

De rechtstaat is wat ons afschermt van willekeur, corruptie en machtsmisbruik. De rechtstaat beschermt de burger tegen een overmachtige overheid met instellingen en regels die robuust genoeg zijn om het ordentelijk samenleven in een vrije, democratische maatschappij te waarborgen, en elke burger een kader te bieden waarin hij of zij zich kan ontwikkelen en ontplooien.

De rechtstaat is de levensader van de balie. Waar er tekortkomingen zitten in het institutionele bouwwerk, behoort het tot de opdracht van de advocatuur om daarop te wijzen en aan te dringen op reparatie. Cynische ontkenners van de rechtstaat zien enkel de logica van de macht naar machiavelliaans model, maar dat is niets voor advocaten. Zij – wij! – maken een resolute, positieve keuze voor datgene wat mensen, over een periode van vele eeuwen, steen na steen hebben opgebouwd, met veel vallen en opstaan. De rechtstaat is één van de grootste verwezenlijkingen in het hele menselijke avontuur.

Het gebouw is nooit af. Het is ook nooit verworven. Daarom moeten wij met z’n allen, met grote waakzaamheid, ervoor blijven opkomen.

Maar wat is dat dan precies, de rechtstaat? Mijn anglofiele kant doet mij teruggrijpen naar Lord Bingham, voormalig Lord Chief Justice en Senior Law Lord, en zijn onvolprezen, oer-Britse The Rule of Law uit 2010, het jaar waarin hij overleed. De balie roemde hem toen in The Guardian: “It is no exaggeration to say that Tom Bingham was the greatest judge of our time – arguably the most significant judicial figure among the long line of notables in the history of the Anglo-Saxon legal systems.”

Bingham parafraserend zitten er in de rule of law acht componenten: (1) de rechtsbronnen zijn toegankelijk en, voor zover mogelijk zijn rechtsregels begrijpelijk, helder en voorspelbaar; (2) vragen over juridische rechten en verplichtingen worden opgelost door toepassing van het recht en niet door willekeur; (3) de wet is gelijk voor iedereen, tenzij objectieve verschillen een onderscheiden behandeling verantwoorden; (4) overheden op alle niveaus oefenen hun macht uit te goeder trouw, op redelijke en faire wijze, voor het doel waarvoor zij bedacht is, en zonder de grenzen ervan te overschrijden; (5) er is adequate bescherming van grondrechten en vrijheden; (6) er is voorzien in de beslechting van burgerlijke geschillen die burgers onderling niet kunnen oplossen, en dat tegen een niet-exorbitante kost en zonder buitensporige vertraging; (7) eerlijke procesvoering is gewaarborgd, inclusief de toegang tot een vrij gekozen, onafhankelijke advocaat; en (8) de Staat leeft de verplichtingen die hij heeft na, zowel onder internationaal als onder intern recht.

Aan die lijst voeg ik toe: (9) de rechterlijke macht beschikt over afdoende, eigentijdse materiële hulpmiddelen en omkadering.

Er zijn dus zeker punten van zorg, ook in ons land. De bijwijlen lamentabele kwaliteit van normerende teksten, de schandelijke wachttijden in bepaalde hoven of rechtbanken, de toestand van bepaalde gerechtsgebouwen en de deficiënte IT-omkadering waarvoor eindelijk stappen worden ondernomen, soms buitensporig politiemachtsvertoon, de druk die op de onafhankelijkheid van advocaten gelegd wordt door onterechte huiszoekingen, onderzoeksmethodes of aanhoudingen – ik heb het nadrukkelijk niet over terecht gevoerde onderzoeken, want advocaten zijn niet boven de wet verheven, ook dat is de rechtstaat. Het zijn slechts enkele voorbeelden.

De mentaliteit van onze machthebbers zit nog te vaak fout. Een illustratie vindt u in de memorie van toelichting bij het voorontwerp van pandemiewet van de minister van Binnenlandse Zaken. Daarin staat de volgende passage: “Het gaat er immers om de goede werking van het Koninkrijk te garanderen door de continuïteit van de diensten die als essentieel beschouwd worden, te verzekeren. Bijvoorbeeld, tijdens de COVID-19 crisis waren dit onder meer de wetgevende en uitvoerende machten, de medische zorginstellingen, de telecominfrastructuur en -diensten en de handelszaken en bedrijven die tussenkomen in het kader van de agrovoedselketen.” Was de rechterlijke macht dan niet essentieel en zorgde zij niet voor continuïteit? En de advocaten, waren zij niet essentieel, en stonden zij niet klaar om te pleiten in vaak ronduit gevaarlijke omstandigheden?

Dit jaar focust “Ik geloof in de rechtstaat” op de als volgt geformuleerde eis: “Een overheidsdienst die beantwoordt aan de vereisten van de rechtstaat, waarbij niet enkel de cijfers als enige logica gehanteerd worden, maar waar er steeds kwaliteit wordt nagestreefd binnen een redelijke termijn, zodat de rechtzoekende een antwoord krijgt op zijn vragen en zorgen en op die manier het vertrouwen in justitie wordt hersteld.”

Wij zijn er nog niet, en de coronacrisis weegt. Maar wij houden de blik met vertrouwen en proactief gericht naar de toekomst, in ons land dat ondanks tekorten de naam rechtstaat blijft verdienen. Wij timmeren onverdroten verder aan de weg van die rechtstaat, ook in coronatijd, om met James Baldwin in zijn roman Another Country (1962) te kunnen zeggen: “I guess it’s true what they used to tell me – if you can get through the worst, you’ll see the best.”

Met genegen groeten,

Peter Callens
Voorzitter OVB