Beperking van de reserve

De nieuwe erfwet geeft meer vrijheid aan de erflater. Daar staat tegenover dat de reserve van bepaalde erfgenamen beperkt wordt.

Rechten van de kinderen of afstammelingen

Voortaan kan een overledene over de helft van de nalatenschap vrij beschikken ongeacht het aantal kinderen. Vroeger bepaalde het aantal kinderen de grootte van het beschikbaar deel. Hoe meer kinderen, hoe kleiner dat beschikbaar deel. Kinderen erven voortaan dus steeds minstens de helft van het vermogen van de overledene. Dat is hun reserve en daarover kan de erflater niet vrij beschikken. Die helft wordt gelijk verdeeld onder het aantal kinderen.
 

Rechten van de ascendenten

Voortaan is het mogelijk om ouders te onterven. Ascendenten of erfgenamen in stijgende lijn, ouders dus, zijn niet langer reservataire erfgenamen. Ze blijven wel nog wettelijke erfgenamen.

Dat betekent dat iemand die ongehuwd is en geen kinderen heeft, zijn volledige vermogen kan nalaten aan zijn eventuele partner, derden of een goed doel en dus zijn ouders kan onterven. Hij beschikt dus over meer vrijheid.
 
Daar staat tegenover dat ouders tegenover de nalatenschap wel een onderhoudsvordering hebben als ze behoeftig zijn. Op die manier wil de wet de solidariteit tussen generaties bevorderen.
 

Rechten van de langstlevende

De langstlevende echtgenote of echtgenoot (LLE) blijft een reservataire erfgenaam. Toch voorziet het nieuwe erfrecht in enkele nieuwigheden wat betreft de erfrechtelijke aanspraken van de LLE.
 
Concrete en abstracte reserve
Het reservatair erfdeel van de LLE bestaat nog steeds uit het vruchtgebruik op de helft van de nalatenschap (abstracte reserve) en minstens het vruchtgebruik op de gezinswoning en de huisraad (concrete reserve). Beide zijn combineerbaar.
 
Beperking vruchtgebruik
Als kinderen een schenking in volle eigendom krijgen, dan kan na het overlijden van de schenker dat goed niet bezwaard worden met het vruchtgebruik van de LLE, zelfs als die schenking de reserve van de LLE aantast.
 
Voortgezet vruchtgebruik
Als de schenker zich zelf een vruchtgebruik voorbehoudt op het geschonken goed, dan kan de LLE dat vruchtgebruik zelf voortzetten voor zover het gaat om een schenking die gebeurde op een moment dat de schenker al gehuwd was.
 
Omzetting vruchtgebruik
Voorkinderen of stiefkinderen, dit zijn kinderen die er al waren voor het huwelijk van de erflater en de LLE, kunnen nog steeds omzetting van het vruchtgebruik vragen. Het feit dat de naakte eigendom van een goed bij de stiefkinderen zit en het vruchtgebruik bij de stiefouder kan immers tot spanningen leiden. In sommige gevallen heeft de LLE wel een vetorecht, bijvoorbeeld als het gaat om de gezinswoning en de huisraad.
 
Onder de nieuwe wet kunnen voortaan zowel stiefkinderen als de langstlevende stiefouder allebei meteen bij het openvallen van de nalatenschap, en dus als onderdeel van de vereffening en verdeling, de omzetting vragen en dat kan niet geweigerd worden. Dat betekent dat het vruchtgebruik van de LLE volgens bepaalde omzettingsberekeningen omgezet wordt in een aandeel in volle eigendom.
 
Beperkte inkorting
Als de reserve van de LLE aangetast is, mag de LLE inkorting vragen.
Gaat om de gezinswoning en huisraad dan mag dat zelfs uitzonderlijk in natura (zie inkortingsregels). Indien de reserve echter aangetast wordt door schenkingen die gedaan werden voor het huwelijk van de LLE met de erflater, dan vervalt dat recht op inkorting. Inkorting kan wel nog gevraagd worden als de aantasting van de reserve het gevolg is van schenkingen of legaten na het huwelijk. Die inkorting gebeurt dan volgens de nieuwe wet wel in waarde.
 
Voorrang voor beschikbaar deel
Nog een nieuwigheid is dat de reserve van de LLE bij voorrang aangerekend moet worden op het beschikbaar deel en daarna pas op de reserve van de kinderen. Op die manier kunnen kinderen hun reserve verkrijgen in volle eigendom.