Inbrengregels

Inbrengregels laten toe de reserve en het beschikbaar deel van een nalatenschap te bepalen. De reserve is het deel waarop de reservataire erfgenamen recht hebben. Het beschikbaar deel is het deel waarover de erflater vrij kan beschikken om bepaalde mensen iets te geven.
 

Reserve en beschikbaar deel

Onder het nieuwe erfrecht bedraagt de reserve als er kinderen zijn, ongeacht het aantal kinderen, de helft van de nalatenschap. Over die helft kan de erflater of overledene dus niet vrij beschikken. Dat deel wordt verdeeld onder het aantal kinderen. Over de andere helft kan de erflater dus wel vrij beschikken. Hij kan het gebruiken om eender wie iets na te laten, zoals één van zijn kinderen, kleinkinderen, zijn partner of derden. 

Zijn er geen kinderen dan heeft de erflater nog meer vrijheid. Lees er hier meer over.

Bepalen van de fictieve massa

Om de nalatenschap samen te stellen en de reserve en het beschikbaar deel te bepalen, wordt gekeken naar de zogenaamde fictieve massa. Dat zijn de goederen die tot het vermogen van de erflater behoren, verminderd met de schulden en vermeerderd met de schenkingen die tijdens het leven van de erflater gedaan werden. Vervolgens kan bepaald worden hoe groot de reserve is en hoe groot het beschikbaar deel.
 

Inbreng in waarde

Kinderen die van hun ouders een schenking kregen als voorschot op erfdeel, moeten die inbrengen om hun correct reservatair erfdeel te kunnen bepalen. Alle kinderen erven immers gelijke delen.

Vroeger gebeurde deze inbreng voor roerende goederen (bijvoorbeeld effecten) in waarde en voor onroerende goederen (bijvoorbeeld een stuk bouwgrond) in natura. Onder de nieuwe wet gebeurt de inbreng voortaan altijd in waarde en dus in geld uitgedrukt. Het gaat om de intrinsieke geïndexeerde nettowaarde - de werkelijke waarde in het economisch verkeer -  op het tijdstip van de schenking. Of de waarde achteraf gestegen of gedaald is, is irrelevant. Nieuw is dat het voortaan mogelijk is over deze waarde een overeenkomst af te sluiten. Kom hier meer te weten over erfovereenkomsten.
 
Een uitzondering op deze regel van het tijdstip is als de begiftigde van de schenking niet meteen de volle eigendom van het goed kreeg. Bijvoorbeeld omdat er nog een vruchtgebruik op rust, een lijfrente of een vervreemdingsverbod. In dat geval zal de waarde bepaald worden op het moment dat de begiftigde het volledige meesterschap over het geschonken heeft gekregen. Ook hierover kan een overeenkomst afgesloten worden. Meer over erfovereenkomsten.

Inbreng en generatiesprong

Sinds 2012 is een generatiesprong mogelijk. Dat betekent dat als een kind bij het overlijden van zijn ouder de nalatenschap verwerpt, de kleinkinderen van de erflater erven van hun grootouders. De beslissing voor deze generatiesprong ligt bij het kind van de erflater en het is enkel mogelijk de volledige erfenis te verwerpen ten voordele van de eigen kinderen en dus niet een bepaald deel.
 
De nieuwe erfwet biedt voortaan 2 nieuwe mogelijkheden aan grootouders om hun kleinkinderen rechtstreeks te begunstigen.

  1. Enerzijds is het beschikbaar deel waarover de erflater vrij kan beschikken voortaan altijd de helft van de nalatenschap (zie hoger). Grootouders kunnen dit gebruiken ten voordele van hun kleinkinderen. 
  2. Daarnaast is een generatiesprong bij schenking mogelijk. Dat betekent dat met het akkoord van alle betrokkenen een schenking door een ouder niet gebeurt aan het kind, maar rechtstreeks aan de kleinkinderen. Bij overlijden van de schenker wordt de schenking beschouwd alsof ze voor rekening van het kind gebeurde en is van een vordering tot inkorting dus geen sprake. Hier vindt u meer over de inkortingregels.