"De balie is democratisch en fluïde"

De bakermat van de democratie ligt, volgens een breed gedeelde opvatting, in het antieke Athene. Democratie is niet toevallig etymologisch een Grieks woord.

In de lessen politieke sociologie, een keuzevak in mijn tweede jaar rechten, werd nochtans gedoceerd dat die visie bijstelling behoeft. De Westerse democratie zou haar oorsprong vooral vinden, niet in Athene, maar in de vroege Middeleeuwen. Namelijk in de verkiezingen binnen de kloostergemeenschappen. De hoogleraar van dienst, Léo Moulin (1906-1996), kon niet van klerikalisme verdacht worden – een gegeven dat bijdroeg aan de geloofwaardigheid van zijn theorie.

Wat er ook van zij, de abdijen hadden niet het alleenrecht op democratie, want ook de balie kende een democratisch bestuur, sinds mensenheugenis en tot op de dag van vandaag. De jaarlijkse verkiezing van de stafhouder en de leden van de raad van de Orde stamt uit een ver verleden, diep in het Ancien Régime. De egalitair opgebouwde balie was een democratisch eiland binnen een feodale of absolutistische staatsvorm. Het is bemoedigend te zien dat de balie haar costumen trouw is gebleven. Wanneer het op democratische besluitvorming aankomt, heeft de advocatuur recht van spreken.

Die eeuwenoude traditie zal dit jaar opnieuw gematerialiseerd worden in verkiezingen. U zult binnenkort een uitnodiging krijgen om uw stem uit te brengen voor uw stafhouder, voor de leden van de raad van de Orde, voor de leden van de algemene vergadering van de Orde van Vlaamse Balies en voor andere baliemandatarissen. Misschien zijn er confraters die u aanporren om u kandidaat te stellen.

In bepaalde kringen bestaat de idee dat de balie – of het nu de plaatselijke Orde of de OVB is – bestuurd wordt door een bevende grijze kliek, die zich uit zelfbehoud collectief vastklampt aan de baliestructuren. Die amper nog levende galapagosschildpadden liggen stof te vergaren, uitgezonderd op enkele schamele momenten van activiteit, wanneer zij, stuiptrekkend en met trillende stem, in een zeldzame opwelling elkaar wederzijds bewieroken voor gewezen en vergeten wapenfeiten, om vervolgens snel weer in te slapen.

De realiteit is lichtelijk anders. De balie is één van de meest democratische en fluïde structuren die men kan bedenken. Jaarlijkse verkiezingen en beperkte herkiesbaarheid sluiten machtsconcentratie uit. De leden van de algemene vergadering worden verkozen voor twee jaar. De stafhouder en de leden van de raden van de Orde ondergaan jaarlijks het oordeel van de kiezer. Lokale reglementen beperken strikt hun herkiesbaarheid. De langste opdracht is die van de bestuursleden van de OVB. Zij worden voor drie jaar verkozen door de algemene vergadering – die verkiezing is volgend jaar aan de orde.

De balies zijn dus oud, maar de personen die er de dienst uitmaken zijn zeer vergankelijk.

Dat wil niet zeggen dat de invulling van de mandaten niet voor verbetering vatbaar is.

Stafhouders kunnen ervan getuigen dat het samenstellen van kandidatenlijsten een ware strijd is. Het ene jaar verloopt makkelijker dan het andere, maar vaak moet er aan heel wat mouwen getrokken worden om genoeg (geschikte!) kandidaten te vinden. De bereidheid om een opdracht aan te nemen is beperkt. Daar zijn allerlei goede en ook minder goede redenen voor te bedenken.

Er steekt een democratisch deficit in verkiezingslijsten die niet of nauwelijks méér kandidaten bevatten dan het aantal te begeven plaatsen. Maar dat de structuren alle democratische mogelijkheden in zich houden voor vernieuwing van de effectieven, is boven elke betwisting verheven.

Het volstaat het te willen. Toegegeven, zich kandidaat stellen is buiten de comfortzone treden, want je weet niet welke score je te wachten staat – het electoraat kan je wegstemmen en dat valt zwaar.

Een mandaat voor de Orde willen opnemen, is een engagement. Soms is er veel werk mee gemoeid, en weinig verdienste. Veel glorie valt er meestal niet te rapen. Niet iedereen kan of wil zich dat veroorloven. Dat brengt met zich mee dat het dikwijls dezelfde advocaten zijn die tijd en energie steken in het collectieve belang. Zo ontstaat de – foute – impressie dat machtsbastions de postjes onder elkaar verdelen. Maar dat is een jammerlijke zinsbegoocheling: bevoorrechte cenakels zijn er niet. Voortdurend staan de structuren open voor nieuwelingen die bereid zijn de uitdaging aan te gaan. Wij moeten hen daarvoor zeer erkentelijk zijn en anderen aanmoedigen om hetzelfde te doen. Het is noodzakelijk voor de Orde, en de Orde is noodzakelijk voor ons.

De structuren zijn er namelijk voor elke advocaat. Ook voor de advocaat die niet actief is in de Orde en dat misschien nooit geweest is. U wil de Orde graag zien evolueren in deze of gene richting? De kansen liggen voor het grijpen. Daarvoor dient de democratie in onze beroepsgroep.

Met genegen groeten,

Peter Callens
Voorzitter Orde van Vlaamse Balies